De Leperkoen

De kleine Ierse mensjes, leperkoenen, arriveren in Nederland in 1913. In dat jaar verscheen De Berg van Droomen van Arthur van Schendel. In dit boek vertelt hij verhalen over de Ierse "leprechaun", waar hij de naam "leperkoen" aan geeft. Leprechaun komt van lu chorpan, hetgeen “klein lichaampje” betekent en het is een kleine ondeugende elf, die in mythologische tijden het Ierse platteland onveilig maakte. Wanneer bij een boswandeling plotseling de veters van je schoenen zijn losgeraakt, weet je zeker dat er een leperkoen tussen de takken zat. Hij verdedigt dan de pot met goud, die verborgen is aan het einde van de regenboog. Die schat hadden ze verworven met hun werk als schoenlapper van elfen en feeën. Geen wonder dat er op het houten tableau boven de open haard in het vakantiehuis geschreven staat: “Wie den Leperkoen ziet, vindt schatten en schatten”.